Zoek ze op, veel plezier !
Lawrence werd vooral bekend in de jazzwereld van Los Angeles en maakt daar in 1929-30 zestien opnamen met Paul Howard's Quality Serenaders. De naam zegt genoeg! Luister naar:
-Paul Howard Quality Serenaders met The Ramble, Charlie's Idea, Stuff, Quality Shout. (1929)
CD Timeless Jazz in California 1923-1930
fluweelzachte toon. Minder bekend is zijn rol in de twintiger jaren. Vanaf 1925 was hij actief in de bands van Jean Goldkette, Paul Whiteman en Roger Wolfe Kahn. Kahn was de zoon van een New Yorkse bankier en kreeg van zijn vader voor zijn verjaardag een geldbedrag om een orkest te kopen. Hij kocht alle topmuzikanten uit de New Yorkse jazzwereld, waaronder Tommy Dorsey. Met zijn broer, de saxofonist Jimmy Dorsey, vormde hij The Dorsey Brothers Orchestra, maar die samenwerking duurde niet lang. Op het podium kregen ze slaande ruzie over het tempo van een nummer dat gespeeld moest worden. Tommy liep het podium af en kwam nooit meer terug. Hij begon zijn eigen band en in 1940 begon Frank Sinatra zijn carrière bij hem. Frank ontleende zijn ademhalingstechniek aan de wijze waarop Tommy trombone speelde. Zeer de moeite waard zijn Tommy's minder bekende opnamen met kleine hot jazz studio bands, zoals:
-Bix Beiderbecke and his Rhythm Jugglers; Davenport Blues. Op trombone: Tommy Dorsey(!)1925
-The California Ramblers: Everthing is a Hotsy Totsy Now en Sweet Georgia Brown ( 1925)
-The Little Ramblers: Don't bring Lulu en Melancholy Lou ( 1925)
-Alabama Red Peppers: Riverboat Shuffle en Eccentric ( 1928)
-Luis Russell and his Orchestra: Jersey Lightning en Dr. Blues (1929)
-J.C. Higgingbotham and his Six Hicks: Give me your Telephone Number en Higginbotham Blues(1930)
Roger Wolfe Kahn onderkende onmiddellijk zijn talent en zijn orkest maakte een plaatopname met Jack als solist. Luister naar She's a great, great Girl (1928) en je begrijp onmiddellijk waarom Jack Teagardens platencarrière begonnen was; iedereen wilde hem hebben. Hij koos voor de band van Ben Pollack en bleef vijf jaar aan het orkest verbonden. Daarna klopte Paul Whiteman op de deur en opnieuw tekende hij voor vijf jaar. Dat leek een goed contract in tijden van economische recessie maar Jack zag de stijl van de band veranderen en wilde meer vrijheid. Hij richtte zijn eigen big band op in 1939 en hield dat acht jaar vol. Toen werd de concurrentie te groot en de boel ging failliet. Louis Armstrong wilde hem hebben in zijn All Stars. Jack krabbelde weer op en speelde vier jaar met Louis. In de jaren daarna had hij zijn eigen Dixieland band. In 1952 maakte hij met cornettist Bobby Hackett en tweede trombonist Abe Lincoln (ooit lid van de California Ramblers en ook een geweldige trombonist)) een van de beste Dixieland LP's ooit. Hij overleed onverwacht in 1964 in zijn hotelkamer aan een hartaanval. Jack heeft zijn unieke, direct herkenbare trombone stijl nooit veranderd. Hij werd ook als vocalist heel populair en was, tot op de dag van vandaag, een voorbeeld voor ontelbare jazz trombonisten: Platen:
-The Roger Wolfe Kahn Orchestra: She is a Great Great Girl 1928.
-Bobby Hackett and his Jazzband: Coast Concert opgenomen in de nacht van 18-19 oktober 1955.
Na de oorlog speelde hij bij verschillende amateur jazz bands in Den Haag en omgeving. In 1949 werd hij gevraagd als beroepstrombonist in de Dixieland Pipers van Eric Krans. Dit gebeurde na een tip van klarinettist Jan Morks, de latere klarinettist van de Dutch Swing College Band, waar Frits ook wel eens inviel. In 1950 maakte hij zijn eerste grammofoonplaat, nog wel met een eigen compositie: de Mister Toto Stomp. Na twee jaar besloot hij zijn eigen band op te richten naar voorbeeld van het Whiteman orkest: de Hotel Savoy Society Syncopeters. Dat bleek te hoog gegrepen. Een orkest met een dergelijk grote bezetting bleek te duur voor jazzclubs en moest al snel weer stoppen.Via Amsterdamse oude stijl jazz muzikanten, cornettist Hans Roty en klarinettist Frits Müller, kwam hij in contact met Hans IJzerdraat en werd hij trombonist in de New Orleans Seven, een fantastische band, waarmee ze in 1958 in de eerste prijs wonnen op het concours van de Nederlands Jazz Federatie in het Kurhaus in Scheveningen. Na een meningsverschil over de stijl (New Orléans versus New York) verlieten een aantal bandleden, waaronder Hans IJzerdraat, de Seven en arrangeerden Hans Roty en Frits een aantal nieuwe nummers in een nieuwe bezetting. Hotz' uitvoering daarvan werd het hoogtepunt van zijn muzikale carrière. Zijn lyrische subtiele toon en zijn technische beheersing van de trombone waren indrukwekkend. Toch was hij niet tevreden. Frits vond dat er te weinig werd gerepeteerd. In een brief aan Roty schreef hij dat er van hun vrijheid (weg bij IJzerdraat) een benauwd en onglorieus gebruik werd gemaakt. Bovendien waren de fans minder enthousiast. De muziek was erg 'bestudeerd' geworden en door de uitgekiende arrangementen weinig spontaan. Eind 1959 betekende dat het einde van de New Orleans Seven.
De breuk met IJzerdraat duurde niet lang. Het verschil in stijlopvatting moest niet overdreven worden. IJzerdraat had een nieuwe band opgericht: The Western Jazz Group. Frits werd opnieuw uitgenodigd en aarzelde niet lang. Hij kende de bandleden en had geld nodig, dus hij accepteerde de uitnodiging. Ook met deze band werden er platen opgenomen waaronder twee singles. Het succes was gering. Na vier jaar waren er 167 exemplaren verkocht. Jazz begon bij jongeren uit de mode te raken door de komst van bijvoorbeeld The Beatles.
Frits hield het voor gezien. Hij liet zijn ambitie varen om professioneel muzikant/arrangeur te worden. Hij trad alleen nog op als gast bij de amateur band The Jazz Pilgrims in café-restaurant De Groote Vink tussen Leiden enVoorschoten. Hij concentreerde zich op zijn schrijverschap en debuteerde in 1976 met Dood Weermiddel en andere verhalen. In 1998 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oevre. Op 5 december 2000 overleed een groot muzikant/auteur en daarmee een uniek mens op 78 jarige leeftijd. Zijn trombone, een Conn met smalle boring, ging naar het Literatuur Museum in Den Haag. Platen:
-The Dixieland Pipers: Mister Toto Stomp-Keyhole Blues Parlophone 78 toeren (1950)
-The New Orléans Seven: Dureco LP 12 nummers, waaronder Original Slow Drag, Too Bad, St. James Infirmary, What kind of a men is you ( 1956-57)
5 CID EP's waarvan 1 exemplaar niet op de LP is overgenomen:.Davenport Blues, Hard Hearted Hannah, Sugar Foot Strut en 't Aint so Honey, 't Aint so ( 1958).
-The Western Jazz Group EP van Imperial met When you were young Maggie ( 1961)
Bronnen:
- Scott Yanow,Classic Jazz, Musicians and Recordings 1895-1933
-Aleid Truijens, Geluk kun je alleen schilderen F.B. Hotz-Het Leven (2011)